De algemene definitie van training is het regelmatig en doelgericht toedienen van prikkels, met als doel het verbeteren van de sportprestatie. Door training willen we het prestatievermogen verbeteren. Het prestatievermogen wordt bepaald door verschillende factoren: uithoudingsvermogen, kracht, snelheid, coördinatie en lenigheid.
Deze factoren kunnen we aanvullen met fysieke kenmerken zoals gezondheid en lichaamsbouw, alsmede houding op de fiets, wat ook een belangrijke factor is. Hieruit blijkt al snel dat men niet zomaar een trainingsprogramma, wat voor iedereen geldt kan maken. Niemand is in al deze factoren gelijk. Voor iedereen ligt de belasting verschillend, dat maakt het moeilijker om een eensluidend trainingsschema op te stellen.
Keihard fietsen
Een te overmoedige start is nadelig maar komt helaas veel voor! Blessures kunnen het gevolg zijn.
Geleidelijk opbouwen en op tijd rust nemen daar gaat het om. In het begin ben je niet zo goed getraind, dus heb je langer herstel nodig en dat wordt vaak vergeten.
Specifiek trainen, met daarin opgenomen herstelperiodes, daar zit de trainingswinst.
Training zit niet in dag en nacht keihard fietsen. Voor jezelf bepalen op welk niveau je qua training bent is even belangrijk.
Training is omkeerbaar. Als je de hele winter getraind hebt, je bent in een geweldige conditie en je stopt twee weken, dan gaat van de trainingswinst zo'n 20 à 30% verloren.
Starten waar je geëindigd bent kan niet. Die trainingsronde van 150 km van twee weken terug is er op dat moment teveel.
Training is specifiek. Vanaf begin februari, is het aan te raden om regelmatig te fietsen, minstens zo'n twee keer per week, anders ben je te laat.
Looptraining is goed voor de conditie maar je gaat er niet beter van fietsen.
Wat is nodig voor een training:
Om een training te kunnen volbrengen, wordt er energie gevraagd van het lichaam. Het lichaam heeft drie verschillende energiesystemen, dus drie mogelijkheden om energie te leveren aan de spieren:
anaëroob vermogen, zonder melkzuur (fosfaat-energiesysteem),
anaëroob vermogen, met melkzuur (lactaat-producerend systeem),
aëroob vermogen (aëroob energiesysteem).
aëroob = met zuurstof
anaëroob = zonder zuurstof
anaëroob vermogen, zonder melkzuur:
door dit systeem is er meteen en in zeer korte tijd veel energie beschikbaar. Dus dit systeem wordt vooral aangesproken bij >zéér korte inspanningen, bijv. 100m sprint (10-15sec). Helaas is deze energie ook snel op. Na ongeveer 1 min rust is de hoeveelheid energie weer voor 90% bijgevuld.
anaëroob vermogen, met melkzuur:
dit is het systeem waarbij melkzuur wordt gevormd. Iedereen herkent dit wel. Die volle, pijnlijke benen. Melkzuur ontstaat bij inspanningen met een hoge intensiteit die ook nog eens 1-3min moet worden volgehouden. Nu weten jullie ook waar dat heerlijke gevoel in de benen vandaan komt tijdens de 1000m en 1500m.
dit systeem wordt aangesproken tijdens duurinspanningen. Er is voldoende zuurstof aanwezig in de spieren. Er wordt niet superveel energie geleverd ineens, maar we kunnen de inspanning wel lang volhouden. Ook dit weten we eigenlijk al. Zolang we bijvoorbeeld niet te hard fietsen, kunnen we het erg lang volhouden, wel uren.Waar je je in traint daar word je goed in. Het is vanzelfsprekend dat je als alternatief wel een andere sport kan doen, maar dan wel een waar je ervaring in hebt, waar je aan gewend bent.
Trainingen
Een fiets training bestaat uit meerdere trainingen van 2,5 tot 3 uur. Hierin wordt toegewerkt naar een bepaald doel, zoals bijvoorbeeld een lange toertocht of een tocht in de bergen.
Fiets training geven wij bij Wieler Training Experience Nederland op een beginnend t/m gevorderd niveau.
Bent u een beginnende fietser en wilt u trainen voor een bepaald doel, bijvoorbeeld een tocht van 100 km, dan is een fiets training voor beginners misschien iets voor u.
Indien u een gevorderden fietser bent en wilt trainen voor langere afstanden of tochten in de bergen, dan kunt u denken aan een fiets training voor gevorderden.
Hersteltijden:
Wat zijn de hersteltijden van de verschillende trainingen waar we rekening mee moeten houden?
1. duurtraining:
- extensief 6 uur
- intensief 12-48 uur
2. extensieve interval 24-36 uur
3. intensieve interval 48-72 uur (in uitzonderlijke gevallen zelfs tot 7 dagen!)
4. Sprint/acceleratie 24-48 uur







